Pim
Hekon
  • Gemeenten financieel in de knel?

Gemeenten financieel in de knel?

Gemeenten kunnen opgelucht zijn over de uitkomst van de formatie. Eind vorig jaar waarschuwde Binnenlandse Zaken nog voor een korting van € 3 miljard op het gemeentefonds.

De gemeenten zouden daardoor hun algemene uitkering met liefst 20 procent zien dalen. Nu blijkt dat bij een gematigde loon- en prijsontwikkeling de komende jaren er sprake is van reële nulgroei van het gemeentefonds.

Toch heeft het regeerakkoord ook minder positieve kanten voor gemeenten. Uit het regeerakkoord vloeien verder onder meer efficiencykortingen voort en diverse geldstromen als ISV (stedelijke vernieuwing) en locatiegebonden subsidies worden beëindigd. Onduidelijk is ook wat de gevolgen zijn voor gemeenten van de kortingen op kunst- en cultuursubsidies. Belangrijk is ook dat er grote decentralisaties op komst zijn (zoals de jeugdzorg en de functies dagbesteding en begeleiding uit de Awbz naar de Wmo), die gepaard gaan met efficiencykortingen.

Gemeenten moeten dus bezuinigingen op bestaand beleid (weliswaar minder dan gevreesd maar toch) en nieuwe taken gaan uitvoeren met minder geld dan voorheen. Veel Wmo-organisaties hebben al een aankondiging gekregen van komende bezuinigingen. In zo’n situatie is het van belang goed voorbereid te zijn. Dat kan door transparante afspraken met de subsidieverstrekker over resultaten, kosten en opbrengsten. Bosman & Vos heeft veel ervaring met de implementatie van productsubsidiëring, een systematiek die het maken van heldere afspraken mogelijk maakt.

De doelen die met de implementatie van productsubsidiëring worden gediend, zijn bijvoorbeeld.: betere stuurbaarheid van de subsidierelaties, duidelijke rollen voor alle betrokken partijen (bestuur, organisatie, instelling), beter zicht op de bijdrage die de activiteiten van de Wmo-organisatie leveren aan de door de gemeente nagestreefde beleidsdoelstellingen en zicht op de kostprijs van producten c.q. de efficiency van de instelling. In essentie gaat het om afspraken over wat een gemeente voor de subsidie krijgt (de productie) en wat die productie bijdraagt aan het bereiken van de gemeentelijke beleidsdoelstellingen.

In de visie van Bosman & Vos is het de Wmo-organisatie, die op basis van door de gemeente geformuleerde resultaatverwachtingen activiteiten voorstelt die het beste bijdragen aan het bereiken van de resultaten. In de praktijk zal, vooral gelet op het gemeen¬schappelijke belang van goede keuzes, worden samengewerkt bij het formuleren van de verlangde resultaten (primaat gemeente) en bij het kiezen van de uit te voeren activiteiten (primaat instelling). De afgesproken resultaten zijn te duiden als het directe gevolg van de activiteiten van de Wmo-organisatie en resultaatverwachtingen zijn altijd ‘SMART’ geformuleerd.

De combinatie van productafspraken en afspraken over te bereiken resultaten maakt het mogelijk om op inhoud en op financiën keuzes te maken. Deze combinatie lijkt op het eerste gezicht een ‘dubbel slot’, maar dat is het niet. Het al dan niet bereiken van afgesproken resultaten leidt niet tot het verrekenen van subsidies met betrekking tot een voorbije subsidieperiode, maar wel tot bijsturing voor de toekomst. Met andere woorden: afrekenen geschiedt uitsluitend op basis van geleverde productie. In essentie wordt dus gestuurd op resultaten en afgerekend op productie.

Bosman & Vos kan zowel gemeente als Wmo-organisaties (het liefst in een gezamenlijk traject) adviseren hoe productsubsidiëring ingevoerd kan worden en kan het proces begeleiden om tot een goede implementatie te komen. Voor meer informatie of een oriënterend gesprek kunt u contact opnemen met Pim Lameris of Hekon Pasman.

Terug naar het overzicht

Deel deze pagina in uw netwerk

Wat we schrijven …

Taalachterstanden voorkomen

De overheid stuurde al langer aan op een sluitende aanpak voor kinderen onder de vier jaar.

Pim